Verslag omgevingstafel Norg 10 oktober 2024

Hier vindt u het verslag van de omgevingstafel die plaatsvond op 10 oktober 2024 in Norg.

Agenda

  1. Welkom
  2. Stand van zaken monitoring
  3. Werkafspraken & aansturing aanvullende monitoring
  4. Resultaten Carina Wiekens
  5. Investeringsagenda
  6. Wat verder ter tafel komt

Welkom

Na de zomer zouden we weer samen komen om te kijken naar de toekomst van het Omgevingstraject en de stand van zaken.

Voor de zomer heeft Linda de Boer laten weten dat zij uit de omgevingstafel stapt. Zij is vanaf deze omgevingstafel dan ook niet meer aanwezig.

Begin oktober zijn Tweede Kamerleden van de commissie Klimaat en Groene Groei op werkbezoek geweest in Norg en Schoonebeek. Tijdens dit werkbezoek is met verschillende stakeholders gesproken. De Tijdelijke Werkgroep Mijnbouwschade Een was hier ook bij aanwezig.

Stand van zaken aanvullende monitoring

De werkgroep geeft een presentatie over de stappen die tot nu toe zijn doorlopen voor het opstellen van het aanvullende monitoringsplan en geeft een update over de huidige stand van zaken.

In de laatste bijeenkomst voor de zomer is afgesproken regelmatig feedback op te halen bij de omgevingstafel rondom aanvullende monitoring en deze waar mogelijk in de verdere ontwikkeling van het aanvullende monitoringsplan te verwerken.

Zorgen

Voor het tot stand komen van het aanvullende monitoringsplan zijn eerst de zorgen van bewoners besproken en op een rijtje gezet. Daarna zijn de doelen van het aanvullende monitoringsplan bepaald op basis van deze zorgen:

  • Beter inzicht in het effect op bebouwing van de gecombineerde processen en activiteiten in de diepe en ondiepe ondergrond en tussenliggende lagen in samenhang met de lokale bodemeigenschappen.
  • Beter inzicht in directe en indirecte effecten van mijnbouwactiviteiten, om tijdig mitigerende maatregelen te kunnen nemen.
  • Beter inzicht in wisselwerking tussen mijnbouw en waterhuishoudingsprocessen.
  • Beter inzicht in het effect van de veranderde bedrijfsvoering op de ondergrondse gasopslagen Grijpskerk en Norg.
  • Verwerken van lokale bodemeigenschappen in de te gebruiken modellen.
  • Transparante, betrouwbare en toegankelijke data in samenhang beoordelen.

Doelen van aanvullende monitoring

  1. Tegemoet komen aan de zorgen van bewoners rondom Grijpskerk en Norg
  2. Efficiënte en effectieve inzet van aanvullende monitoring
    • Aanvullen en verbeteren van huidige en/of toekomstige onderzoeken (en zelf ook inzichten uit bestaande onderzoeken meenemen)

Begeleidingscommissie

Na het in kaart brengen van de zorgen en het bepalen van de doelen is samen met een groep van onafhankelijke deskundigen (de begeleidingscommissie) verkend hoe het bestaande monitoringsnetwerk aangevuld kan worden om aan de gestelde doelen te voldoen.

Na overleg met de omgevingstafel zijn de volgende deskundigen gevraagd zitting te nemen in de begeleidingscommissie:

  • Pauline Kruiver (KNMI)
  • Peter van der Gaag (Holland Innovation Team)
  • Ramon Hanssen (TU Delft)
  • Kay Koster (TNO)
  • Chris Geurts (TNO)

Aanbevelingen van de begeleidingscommissie

De begeleidingscommissie heeft op verschillende momenten input geleverd voor het aanvullende monitoringsplan en ook een aantal concrete aanbevelingen gedaan, waaronder:

  1. Hogere resolutie InSAR en frequentere verwerking om de bodemdaling op perceelniveau te meten en snel inzicht te hebben.
  2. Tiltmeters aan het maaiveld en in boorgaten om de tilt van de ondiepe en diepe lagen te meten.
  3. Extensometers om de extensie en contractie van ondiepe lagen lokaal te meten.
  4. Peilbuizen om de lokale grondwaterstanden te meten.

Dit heeft geresulteerd in onderstaand voorstel voor aanvullende monitoring. Dit voorstel is besproken met de omgevingstafel en vervolgens aan de stuurgroep voorgelegd voor besluitvorming.

Diagram van het voorstel voor aanvullende monitoring

Aandachtspunten voor locaties

Na instemming van de stuurgroep is in samenwerking met de begeleidingscommissie een aantal aandachtspunten geformuleerd voor de locaties van de te realiseren zogenaamde "superstations":

  • Combineer tiltmeters, extensometers en peilbuizen op dezelfde locatie
  • Houd bij het bepalen van de exacte locaties rekening met:
    • 'Interessante' ondiepe bodem
    • Idealiter op een lijn vanaf het midden van de kom richting de rand van de kom
    • Aanwezigheid van droge, grote kruipruimte, of kelder over groot deel van huis
    • Bij voorkeur bij gebouwen die zijn gebouwd vóór 1940 en rond 1960-1970
    • Vermijd locaties waar grondwater onttrokken worden en waar gebouwd kan gaan worden
    • Vermijd gebouwen dichtbij sloten en grote bomen (5-10 meter)
    • Mogelijk in gemeenteobjecten

Huidige status

Inmiddels wordt op basis van de uitgangspunten en inspraak van de omgevingstafel gezocht naar representatieve locaties voor de superstations. Zodra hierover meer bekend is, delen we dit met de omgevingstafel.

Stappen komende periode

  • De IGRS kan naar verwachting aan het einde van dit jaar bij Grijpskerk geplaatst worden.
  • Samenstellen programma van eisen voor de meetapparatuur, het beheer van het netwerk, de verzameling van de meetinformatie, de analyse en interpretatie van de data en de rapportage. Dit voorstel wordt voorgelegd aan de stuurgroep.
  • Definitieve locaties bepalen.
  • Hopelijk voor de zomer 2025 starten met de metingen.
  • Het aanvullende monitoringsplan wordt momenteel uitgewerkt en is, als alles goed gaat, in december klaar, zodat het kan worden besproken aan de volgende omgevingstafel.

Inbreng van de tafeldeelnemers

Vraag: Wat zijn beoogde locaties in Norg?

Alle panden van de gemeente Noordenveld zijn opgenomen in een Excel-bestand. Er wordt nu gekeken naar die lijst aan de hand van de opgestelde eisen en voorkeuren om zo tot de meest geschikte panden te komen.

Vraag: Wanneer start de aanvullende monitoring? En wordt Norg als gasopslag gebruikt tijdens de periode van monitoren?

De meetapparatuur staat er waarschijnlijk eerder dan dat eventuele kussengaswinning zal gaan plaatsvinden. Het streven is om in ieder geval vijf jaar te meten. In januari moet begonnen worden met InSAR. De rest van de meetapparatuur wordt later geïnstalleerd (dit moet nog worden aanbesteed). De jaarlijkse cyclus van de gasopslag is grofweg productie van oktober tot april en injectie van april tot oktober. Een deel van de cyclus zal dus meegenomen worden in de metingen. Als de gasopslag tussendoor een dag niet in bedrijf is, dan levert dat ook nuttige data op, want het monitoren is continu.

Vraag: Wordt op de plek waar een meetstation komt ook naar de ondergrond gekeken?

Ja, dat is essentieel voor een goede interpretatie van metingen. Daarom wordt een sondering gedaan (bodemonderzoek).

Vraag: Hoe diep komen de peilbuizen?

Dit is afhankelijk van het grondwater. Het gaat in ieder geval om ondiepe plaatsing tussen het maaiveld en het pleistoceen (een hardere bodemlaag op 5-15 meter diepte).

Werkafspraken & aansturing aanvullende monitoring

Om over te kunnen gaan tot uitvoering van het aanvullende monitoringsplan heeft de werkgroep in de zomer een werkafspraak voor de aansturing gemaakt. Die is op papier gezet en voorgelegd aan de stuurgroep. De stuurgroep is hiermee akkoord gegaan. Deze werkafspraak is voorafgaand aan deze tafel ook met de aanwezigen gedeeld en wordt door Leendert toegelicht. Onderstaand schuingedrukt de volledige tekst van deze werkafspraak:

Proces

Vanuit de omgevingstafels is de wens naar voren gekomen voor aanvullende monitoring in de omgeving van UGS Grijpskerk en UGS Norg. Onder begeleiding van een commissie met experts van TNO, TU Delft, KNMI en het Holland Innovation Team is een plan voor aanvullende monitoring ontworpen. Hierin worden meerdere meetmethoden gecombineerd om aan de zorgen vanuit de omgeving tegemoet te komen. Het plan is op verschillende momenten met de deelnemers van de omgevingstafels besproken en uiteindelijk ter goedkeuring voorgelegd aan de stuurgroep van het omgevingstraject.

De stuurgroep als opdrachtgever

De stuurgroep bestaat uit de portefeuillehouder gasopslag op bestuurlijk niveau van de gemeente Noordenveld, de portefeuillehouder gaswinning op bestuurlijk niveau van de gemeente Westerkwartier, een managementteamlid en een clusterleider van het ministerie van Klimaat en Groene Groei (voorheen het ministerie van Economische Zaken en Klimaat) en een directielid van de NAM. Deze stuurgroep staat onder leiding van een onafhankelijk voorzitter. Deze vier partijen hebben hun goedkeuring verleend voor de uitvoering van het plan.

Hierbij leeft het besef dat de uitvoering van het aanvullend monitoringsplan alleen nuttig is als het door alle partijen gedragen wordt. Daarom is ervoor gekozen om de stuurgroep de rol van opdrachtgever van het monitoringsplan te geven. Alle besluiten over de inhoud van de monitoring worden gezamenlijk genomen door de vier deelnemende partijen met meerderheid van stemmen. Als de stemmen staken, geeft de onafhankelijke voorzitter de doorslag.

Uitvoering

Om het door de stuurgroep vastgestelde monitoringsplan op korte termijn te kunnen laten uitvoeren door de partijen heeft de stuurgroep besloten dat de NAM de contracten met leveranciers en uitvoerende partijen afsluit. Wie de uitvoerende partijen zullen zijn, wordt vastgesteld door de stuurgroep. Deze uitvoerende partijen rapporteren via de voorzitter rechtstreeks aan de stuurgroep.

Financiering aanvullende monitoring

De financiering van de aanvullende monitoring wordt ook voorgelegd aan de tafel. Het uitgangspunt is dat NAM de kosten voor de uitvoering van de aanvullende monitoring draagt. Zoals zojuist toegelicht bij de werkafspraken, geldt hierbij dat NAM dit doet in opdracht van de stuurgroep en dat de beslissingen in de stuurgroep worden genomen.

Uit het gesprek hierover aan de tafel blijkt dat met de combinatie van de werkafspraken, de verantwoordelijkheid van de stuurgroep in deze werkafspraken en de mogelijkheid de resultaten door een derde partij te laten controleren de onafhankelijkheid van de meetresulaten voldoende geborgd is en financiering door NAM geen bezwaar is.

Vraag: Wat gebeurt er met het plan als het winningsplan wordt geweigerd?

Als het winningsplan niet wordt goedgekeurd en de metingen niet interessant zijn, dan is NAM van plan de aanvullende monitoring versneld af te bouwen, maar het is wel de stuurgroep die hierover uiteindelijk een beslissing neemt.

Vraag: Is Staatstoezicht op de Mijnen (SodM) toezichthouder op deze data?

SodM neemt wel kennis van de meetgegevens, maar zij hebben verder geen verantwoordelijkheid of betrokkenheid bij dit plan.

Vraag: Wie is er betrokken bij de analyse van de data?

We hebben een structuur bedacht waarin de metingen, analyse en interpretatie bij diverse partijen ligt en één partij de integrale interpretatie doet. NAM en KGG zijn hier niet bij betrokken. We zoeken een onafhankelijke partij die een integrale audit kan uitvoeren op die interpretatie. Dit zal een buitenlandse partij zijn (de Universiteit van Padua behoort bijvoorbeeld tot de mogelijkheden).

Vraag: Zijn er tussentijdse rapportages?

Een onafhankelijke partij interpreteert de gegevens en zal periodiek (waarschijnlijk jaarlijks) een rapport opleveren. Dit rapport, inclusief metingen, zal gedeeld worden. Ook denken we erover na om regelmatig een bijeenkomst te organiseren waarin het rapport (metingen en interpretatie) zal worden besproken.

Vraag: Hoe waarborgen jullie de toegankelijkheid van de data?

Er is spanning tussen toegankelijkheid en privacy, aangezien uit de meetgegevens ook persoonlijke data kan worden afgelezen. We kunnen dus niet alles zomaar online zetten. De controleerbaarheid vinden we tegelijkertijd erg belangrijk. We kijken hoe we dit het beste vorm kunnen geven.

Resultaten Carina Wiekens

Dr. Carina Wiekens van de Hanzehogeschool Groningen heeft in de zomer onderzoek gedaan naar onder meer de representativiteit van de omgevingstafel en naar hoe deelnemers erop terugkijken. Iedereen heeft het rapport van Carina Wiekens tot zich genomen. Er wordt een ronde langs de tafel gedaan om te kijken wat het gevoel bij het rapport is.

Daaruit komt naar voren dat de tafel als nuttig wordt ervaren, maar het soms voor sommigen wel zoeken is naar hun rol. Daarnaast is de moeilijkheid hoe je alle gedeelde informatie deelt met de achterban. Aanwezigen vinden het lage vertrouwen dat naar voren komt in het rapport opvallend. Het rapport is negatiever dan wat je op grond van de bijeenkomsten zou verwachten.

Aanwezigen geven aan dat het fijn is dat ervaringen gedeeld kunnen worden en je wat kan opsteken van de verschillende dorpen.

Het Ministerie van Klimaat en Groene Groei geeft aan dat het idee van een gebiedsproces/omgevingstraject relatief nieuw is en het Ministerie zoekt naar manieren om het proces te verbeteren. Dit rapport en de ervaringen die we hier opdoen nemen we daarin mee.

De werkgroep deelt mee dat de inzichten en conclusies uit het onderzoek van Carina Wiekens gebruikt zullen worden om de samenstelling van de omgevingstafel in de nieuwe fase te bepalen. Ook wordt nagedacht hoe de communicatie beter kan, bijvoorbeeld door de informatie op de website van het Omgevingstraject te herschrijven en opnieuw te ordenen.

Een bewoner oppert om aanvullend op het onderzoek van Carina Wiekens onderzoek te laten doen naar de ervaringen van omwonenden en om hun verhalen vast te leggen, bijvoorbeeld door een student.

Investeringsagenda

In het komende jaar moet het gesprek over de vormgeving van de investeringsagenda gevoerd worden, voor het geval het winningsplan voor kussengas goedgekeurd wordt.

De omgevingstafel maakt expliciet duidelijk dat niemand aan tafel blij is met de mogelijkheid van kussengaswinning. Het gesprek over de investeringsagenda moet niet worden opgevat als impliciete instemming met de kussengaswinning. Wel is het belangrijk om een gesprek te voeren over een mogelijke investeringsagenda, zodat je voorbereid bent als het toch tot kussengaswinning komt.

Om dit gesprek in het volgende jaar te voeren, kijkt de werkgroep naar een nieuwe samenstelling van de tafel. Waarschijnlijk zal een aparte tafel gevormd worden die zich alleen bezighoudt met het gesprek over de vormgeving van de investeringsagenda.

Wat verder ter tafel komt

Een bewoner merkt op dat het belangrijk is dat bewoners een zienswijze kunnen indienen voor het winningsplan. Dit zal in 2025 mogelijk zijn. Veel bewoners vinden dit lastig. Ze weten niet goed hoe de procedure precies werkt. Een voorstel vanuit de tafel is om modelbrieven aan te leveren, zodat het voor bewoners eenvoudiger wordt om hun zienswijze in te dienen. Het is ook belangrijk te benoemen dat je geen recht op beroep hebt als ze geen zienswijze indienen.

Een vertegenwoordiger van Ministerie van Klimaat en Groene Groei voegt daaraan toe dat het begin van de inspraakperiode vooraf aangekondigd zal worden en dat een informatiemarkt gehouden wordt, waar aandacht besteed zal worden aan (het indienen van) zienswijzen.

Website waarop informatie terug te vinden is: https://www.omgevingstrajectgrijpskerknorg.nl/. Deze wordt momenteel ook herzien.